Graaffitti 3 – Happiness is knowing where you are

graaffitti 3 happiness enz
Ikzelf in de boom, rechts collega John Bunting en in korte broek onze ‘fieldhand’ [betaalde meeloper] Fock van Coppenaal. Foto: Thea van de Graaff.

In 1971 en 1972 karteerde ik – samen met collega’s van de Geological Survey of Western Australia – de westelijke helft van de Great Victoria Desert. Dit gebied wordt in Wikipedia als volgt beschreven: ‘The Great Victoria is the largest desert in Australia [424,400 km2] and consists of many small sand hills, grassland plains, areas with a closely packed surface of pebbles (called desert pavement or gibber plains) and salt lakes.’ Een pracht gebied als je van eindeloze leegheid zonder massatoerisme houdt.

Een treffende beschrijving van het duinlandschap dat een groot deel van de Great Victoria Desert kenmerkt, heb ik gevonden in een oud verhaal van Maarten Toonder: ‘Tom Poes en de Superfilm-onderneming’. In dat verhaal is Wammes Waggel de bewaker van een terrein dat Ollie B. Bommel van zijn oom Zebedeus heeft geërfd, en op die plek wil Bul Super met het geld van heer Bommel een film wil gaan maken. Als Heer Bommel samen met Tom Poes de erfenis komt inspecteren, geeft Wammes Waggel uitleg bij de rondleiding:

‘Maar veel te zien is er eigenlijk niet. Het is erg mooi, alleen een beetje saai: hier rechts zijn heuvels en zand en daar links is zand met heuvels en in de verte is zand met zandheuvels. Maar mooi is het wel. Ja, je kunt hier reuzeleuk zandhappertje spelen!’

De meeste LGVers zullen dit herkennen als het soort geologische beschrijving, zoals we die ook wel maakten toen we nog niet begrepen waar we naar keken in ons eigen doctoraal gebied.

Na een eerste veldseizoen in de Great Victoria Desert, waarin we met een helikopter het woestijngebied uitgebreid verkend hadden, werden in het tweede seizoen de puntjes op de geologische i gezet door met Landrovers het gebied te doorkruisen. Bij gebrek aan wegen was dat een kwestie van een route langs de zeer schaarse ontsluitingen plannen met behulp van zwart/wit luchtfoto’s en dan maar gaan rijden. Navigeren ging met behulp van de luchtfoto’s en een gewoon kompas [woorden als ‘GPS coördinaten’ of ‘TomTom’ zaten nog niet in ons vocabulaire].
In de praktijk betekende dit dat we van het ene herkenbare punt in het terrein naar een ander herkenbaar punt reden en dan controleerden of we de juiste kompaskoers hadden gevolgd en of we de plaats waar we stonden konden herkennen op de luchtfoto’s. Je reed dus bijvoorbeeld van de punt van een duin naar een alleenstaande grote boom een paar kilometer verder op, als die boom ook op de luchtfoto’s te zien was.

Met diezelfde manier van navigeren hebben in 1966 een paar geologen bij toeval de 12-ton zware Mundrabilla meteoriet gevonden op de Nullarbor Plain. De Nullabor Plain [naar: nullus arbor – geen bomen] is een boomloze vlakte ten zuiden van Great Victoria Desert, en daar zijn nog veel minder topografische herkenningspunten dan in de eigenlijke woestijn. Die twee collega geologen hadden een zwart stipje – dat ook op een luchtfoto te zien was – gebruikt als richtpunt en kwamen tot hun eigen verrassing bij een enorme meteoriet uit!

Zo’n vondst heb ik zelf nooit gedaan. Wel is me bijgebleven dat het navigeren in dat woestijnachtige gebied vaak behoorlijk problematisch was. Anders gezegd: echt verdwaald ben ik nooit, maar ‘temporarily misplaced’ des te vaker. Een feitelijk juist, maar totaal nutteloos antwoord als antwoord ‘Estamos aqui!’ op de vraag ‘Donde estamos?’ helpt je echt niet, als je ‘temporarily misplaced’ bent. De standaard aanpak voor die situatie was een zo hoog mogelijk gezichtspunt op te zoeken en vandaar de omgeving te bekijken en te vergelijken met de luchtfoto’s.

Ik heb op die manier aardig wat uren in bomen doorgebracht om mijn plaats op deze aardbol te bepalen. Behulpzaam commentaar van collega’s in de trant van: ‘Is het daarboven mooi?’ of ‘Denk je dat je nog lang bezig bent?’ negeerde ik meestal. Mijn vrouw Thea, die tijdens deze tocht door de woestijn al bijna zes maanden zwanger was van onze eerste, had al lang door dat behulpzame opmerkingen maken niet als zodanig werd opgevat en beperkte zich gewoonlijk tot het maken van foto’s.

Het euforische moment dat het dan lukte onze positie precies te bepalen duurde helaas nooit erg lang. ‘Happiness is knowing where you are’ was elke keer weer het sein om weer verder te rijden op weg naar ontsluitingen, die nog nooit eerder door een geoloog bezocht waren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.