leidse geologische vereniging

leidse geologische vereniging

Wednesday 21 November 2012
Het is mijn droeve plicht u in kennis te stellen van het overlijden van een geliefd erelid van de Leidse Geologische Vereniging,
Prof. Dr. Henk Zwart
Op Henk's eigen verzoek vindt de crematie plaats in besloten kring en wordt bijgewoond door een kleine groep geologische "intimi", waaronder Jan Oele die namens de Leidse geologen zal spreken.
Frits Bonvie, h.t. ab-actis LGV
NECROLOGIE
Op 18 november 2012 overleed op 88 jarige leeftijd Prof. Henk Zwart. Henk heeft een onmiskenbare stempel gedrukt op de na-oorlogse Nederlandse geologie, en is internationaal vooral bekend geworden door zijn baanbrekend werk rond de structurele geologie van metamorfe gesteenten in gebergtegordels. We willen Henk niet alleen herdenken als een groot (veld)geoloog, maar ook als een kundig leermeester: hij wist altijd de meest gecompliceerde structuren met een paar simpele woorden uit te leggen en aldus ieder bij de les te houden.
Als middelbare scholier had Henk al veel belangstelling voor de natuur, en hij vond het moeilijk te kiezen tussen de studies Geologie en Biologie. Toen hij in 1945 zijn studie Geologie in Leiden begon was hij er dan ook van overtuigd dat hij Kwartairgeoloog wilde worden, om aldus zowel de natuur als de ondergrond te kunnen bestuderen. Dit veranderde overigens snel toen Henk het onderwijs ging volgen van Prof. Niggli, die boeiende colleges gaf over gebergtevorming en metamorfose.
In 1954 promoveerde Henk Cum Laude bij Prof. de Sitter op een proefschrift genaamd “La géologie du massif de Saint Barthélemy, Pyrénées, France”. Zijn leermeester De Sitter wilde dat zijn studenten structureel veldwerk deden in sedimentaire gesteenten, maar Henk week van dit advies af en legde zo de basis voor zijn baanbrekende werk in metamorfe gesteenten.
Na zijn promotie doorliep hij 2 postdocs in de Verenigde Staten (Universities of Washington & Illinois), en in 1961 werd hij benoemd tot hoogleraar geologie in Aarhus, Denenmarken. In 1969 keerde hij terug naar Leiden als opvolger van Prof. de Sitter, en nam hij de leiding over van het ambitieuze karterings project in de Pyreneeën.
Aan het begin van de zeventiger jaren was de naam van de “Leidse School” definitief gevestigd. Geologisch veldwerk in het Cantabrisch Gebergte en de Pyreneeën had geleid tot een indrukwekkende stapel proefschiften en alle 1:50,000 kaartbladen, 19 in totaal, waren gepubliceerd. Henk’s voorganger Prof. de Sitter had al bij het drukken van de eerste kaartbladen bedacht dat hij de helft van de kaarten achter de hand wilde houden om ze integraal opnieuw uit te geven zodra het werk was afgrond. Dat gebeurde in 1979 (Zwart, H.J., The Geology of the central Pyrenees, Leidsche Geologische Mededelingen, 50, 1, 74p.) en 1980 (Savage, J.F., and Boschma, D., Geological Maps of the Southern Cantabrian Mountains, Spain. Leidsche Geologische mededelingen, 50, 2, pp. 75-114). Deze kaartbladen worden tot vandaag de dag geraadpleegd door nieuwe generaties geologen die in deze “klassieke” gebieden veldwerk doen.
Het was tijd om aan iets nieuws te beginnen. Henk zette het veldwerk in de Caledoniden waarmee hij in Aarhus was begonnen voort en maakte met zijn studenten en medewerkers verder naam in de structurele geologie van metamorfe gesteenten. Naast het veldwerk kreeg ook het fundamenteel onderzoek naar gesteentedeformatie zijn groeiende aandacht. Hij nam niet-Nederlandse stafleden aan, heel bijzonder voor die tijd (ze gaven overigens college in het Engels, wat tot verontwaardigde studenten protesten leidde), en Henk verzamelde zo de vereiste expertise om zich heen. Dit fundamentele onderzoek leidde onder andere tot de “Leiden Conference”, het eerste congres ter wereld in zijn soort, waar geologen, fysici, ingenieurs en metallurgen hun kennis omtrent de materiaalwetenschappen deelden. Ook hier bewees Henk zijn tijd vooruit te zijn.
Aan het einde van de jaren zeventig floreerde het Leidse Geologisch Instituut, in het bijzonder de vakgroep Structurele Geologie: het was een vakgroep met veel studenten en promovendi, veel publicaties, en vertegenwoordigd bij alle belangrijke congressen. Niettemin werd van hogerhand besloten dat, gezien het te groot geachte aantal Geologische Subfaculteiten in Nederland, de Geologie uit Leiden moest verdwijnen om te worden samengevoegd met de zuster subfaculteit in Utrecht.
Henk’s eerste reactie op dit nieuws was kenmerkend: “Ach, aan alles komt een eind, ja!”. Helaas heeft de uiteindelijke samenvoeging geleid tot veel onrust en ongenoegen onder alle betrokkenen in Leiden en Utrecht, een situatie die helaas nog een tijd voortduurde nadat de concentratie in 1979 een feit was.
In wetenschappelijk opzicht echter leek Henk niet gehinderd door de verhuizing naar het nieuwe Utrechtse instituut. Hij slaagde erin voor de tweede keer het roer drastisch om te gooien en betrad het pad der experimentele gesteente deformatie. Opnieuw selecteerde hij de vereiste (internationale) deskundige staf en aldus werd de eerste aanzet gegeven tot het opbouwen van een hoge druk / hoge temperatuur (HPT) laboratorium in Utrecht in 1981. Hiermee concretiseerde Henk zijn visie dat de enige manier om (micro-)structuren in de natuur beter te begrijpen was door fundamenteel onderzoek naar de onderliggende fysische en chemische processen te verrichten. Naast experimenteel werk in het HPT Laboratorium stimuleerde hij de elektronenmicroscopie als een specialisme van de Nederlandse structurele geologie. Gecombineerd met een niet aflatende aandacht voor de veldgeologie leidden deze activiteiten tot een enorme reputatie van zijn Utrechtse team.
Naast deze nieuwe ontwikkelingen bleef Henk het onderwijs sterk beïnvloeden door het organiseren van talloze excursies naar de Pyreneeën en de Alpen. Hij bleef zijn staf uitdagen en wist hun ontwikkeling als wetenschapper te bevorderen. Zijn internationale reputatie werd benadrukt door een toonaangevende rol als vice-voorzitter van de International Commission on the Lithosphere. De “Leiden Conference” werd gevolgd door een reeks van internationale congressen, nu bekend onder het thema “Deformation Mechanisms, Rheology and Tectonics” en voortgekomen uit het congres dat Henk in 1976 in Leiden had geïnitieerd.
Toen Henk met zijn emeritaat in 1989 de Utrechtse Universiteit verliet was de Utrechtse structurele groep, zoals die van Leiden daarvoor, uitgegroeid tot een wereldbekend centrum voor onderzoek en onderwijs in de (micro)structurele geologie en gesteentedeformatie. Dankzij Henk’s bezielende leiding is de groep één van de bekendste ter wereld geworden. Zijn passie voor het vak, zijn visie, zijn strategie om zijn groep te internationaliseren, zijn vermogen om studenten en promovendi stimulerend op te leiden (en niet te vergeten zijn koppigheid), hebben een onuitwisbaar stempel gedrukt op het vakgebied en op alle daarbij betrokkenen.
Henk’s grote invloed zal nog vele jaren zichtbaar blijven: een geweldige erfenis van een vooraanstaand geoloog.
Jan Oele, Arie Speksnijder, Chris Spiers, Reinoud Vissers
IN MEMORIAM Henk Zwart